Vanochtend mocht ik twee keer op en neer naar het gezondheidscentrum. Op zich geen probleem, ware het niet dat ik onderweg maar liefst acht keer een op of afrit van een rotonde moest passeren. En als fietser weet je dan één ding zeker: het wordt een klein sociaal experiment.
Het viel me opnieuw op dat sommige automobilisten nét dat beetje extra aandacht hebben voor een fietser. En opvallend genoeg waren het vanochtend vooral de mannen die even een gaatje lieten vallen of duidelijk aangaven: “Ga jij maar eerst.”
Bij één rotonde stond een automobiliste zelfs midden over het fietspad te wachten tot ze de rotonde op kon. Tja… daar stond ik dan. Oversteken was onmogelijk. De man die achter haar stond zag het gelukkig wel, bleef netjes wachten en gaf me alle ruimte om over te steken. Een klein gebaar, maar wel eentje waar je als fietser blij van wordt.
En zo ging het eigenlijk de hele rit. Van de vier keer dat ik een afrit moest oversteken, waren het drie keer dames die zonder op of om te kijken doorreden, om vervolgens een paar meter verder tóch te moeten stoppen. Dan denk ik stiekem: had me dan even laten oversteken, dat had ons allebei tijd gescheeld.
Nu weet ik natuurlijk best dat dit puur een momentopname is. Vast zijn er genoeg heren die precies hetzelfde doen en dames die juist altijd vriendelijk stoppen. Maar vanochtend wonnen de mannen deze hoffelijkheidswedstrijd met ruime voorsprong.
En toen kwam de onvermijdelijke vraag bij me op: ben ik zelf eigenlijk wel altijd zo vriendelijk in het verkeer? Misschien moet ik daar de volgende keer ook eens extra op letten. Want een beetje geduld en een glimlach maken een rotonde voor iedereen een stuk gezelliger.
Ik hoor nog de uitdrukking een heer in het verkeer. Het valt me op dat niet alle dames even vriendelijk zijn. Iedereen heeft tegenwoordig haast. Je kunt ook iets eerder weg gaan. Rijdt veel ontspannener.