Het is warm. Nee, laat ik eerlijk zijn: het is bloedheet. Een paar jaar geleden vond ik dat nog prachtig. Dan zat ik trots in de tuin te verkondigen dat dit nou echt zomer was. Tegenwoordig kijk ik naar de thermometer alsof het een persoonlijke belediging is en hoop ik op een frisse noordwestenwind die er tien graden af blaast.
Zelfs mijn avondje fysiotherapie voor de rikketik werd een soort survivaltocht. Ik deed minder dan het normale programma en was alsnog blij dat ik niet met een infuus naar huis hoefde. Het avondwandelen is inmiddels verplaatst naar de vroege ochtend. Niet omdat ik ineens een ochtendmens ben geworden, maar omdat ik graag levend thuiskom.
Ook het ziekenhuis neemt geen risico’s meer. Mijn afspraak van vrijdag wordt telefonisch afgehandeld. Hartpatiënten moeten niet onnodig de hitte in worden gestuurd. Prima geregeld natuurlijk, maar de boodschappen doen zichzelf niet en mijn kuipplanten staan iedere dag met een dorstige blik naar mij te kijken alsof ik hun persoonlijke ober ben.
Ondertussen lijkt heel Nederland zich voor te bereiden op de komst van een vulkaanuitbarsting. Code oranje. Misschien code rood. Het Nationaal Hitteplan wordt uit de kast gehaald. Kinderen krijgen aangepaste schooltijden. Sportwedstrijden worden afgelast. Bezorgdiensten stoppen met bezorgen. Ik hoorde zelfs dat strooiwagens worden ingezet om het asfalt te koelen.
En daar zit ik dan, 64 jaar oud.
Ik vraag me af hoe het in vredesnaam mogelijk is dat ik deze leeftijd heb bereikt zonder al die maatregelen.
Vroeger was het ook warm. Dan kreeg je van je moeder een glas ranja en de mededeling: “Ga maar buiten spelen.” Niemand had ooit gehoord van een hitteprotocol. De school bleef gewoon open. De meester zat in een lokaal van dertig graden met een krijtje in zijn hand en vond dat volkomen normaal. De enige code die wij kenden was de code van de voordeur.
Nu lijkt het soms alsof bij 28 graden de samenleving langzaam tot stilstand komt. Nog even en het NOS Journaal opent met: “Het is warm. Blijf binnen, drink water en probeer niet te denken.”
Maar goed, ik klaag niet. Nou ja, een beetje dan.
Want morgen sta ik gewoon weer vroeg op voor een wandeling, ga ik werken, doe ik boodschappen en geef ik mijn kuipplanten hun dagelijkse drankje. En ondertussen droom ik van een verfrissende bui en een temperatuur van een graad of twintig.
Want op mijn leeftijd ontdek je dat er maar één ding mooier is dan een warme zomer:
Een koele zomeravond.