Het begon als zo’n dag waarvan je denkt: meh. Maar dan… zon. Niet een beetje, maar van dat overdreven enthousiaste soort dat dwars door je gordijnen heen knalt alsof het persoonlijk een punt wil maken. “Opstaan jij, we gaan vandaag iets doen!”
Dus vooruit. Werk. Met half dichtgeknepen ogen omdat je scherm het ineens moet opnemen tegen een mini-zon in je werkkamer.
Daarna de tuin in. “Nog even wat dingetjes,” wat natuurlijk betekent dat je binnen vijf minuten denkt: hé, best lekker eigenlijk. Zon op je gezicht, beetje rommelen, beetje mopperen tegen een plant die het weer beter denkt te weten—maar stiekem voelt het alsof je een soort zen-versie van jezelf bent geworden.
En toen… de doos.
De doos vol theezakjes.
In dat zonlicht zag alles er ineens nóg duidelijker uit: dubbel, dubbel, oh kom op, nóg een keer dubbel?!
Het was alsof de zon er extra licht op wierp om je te laten zien: “Ja hoor, dit heb je dus allemaal twee keer. Of drie. Of vijf. Succes ermee.”
Tussendoor natuurlijk even op de bank, nog steeds badend in dat zonlicht, met Married at First Sight aan. Mensen die in het volle licht van de liefde compleet verrast zijn dat een huwelijk met een onbekende misschien… niet meteen vlekkeloos verloopt.
En dan je boek. Dat laatste stuk, terwijl de zon langzaam wat zachter wordt, alsof zelfs die denkt: “Oké, jij hebt vandaag genoeg gedaan.”
Aan het einde van de dag: je hebt gewerkt, de tuin heeft je geaccepteerd, de theezakjes hebben zich… nou ja, deels gewonnen gegeven, en je hebt een boek uit.
En ergens besef je: het was geen inspiratieloze dag.
Het was er eentje die gewoon wat zonlicht nodig had om zichzelf serieus te nemen.
De foto’s zijn van een paar dagen terug tijdens een wandeling langs het Winschoterdiep.
