Namens Uitgverij Atlas mocht ik het boek “Broers”van Carlijn Visser lezen.
Het begon met een belofte van spanning. Twee broers, een trein, een sprong in het onbekende—een ontsnapping uit de rit naar een tewerkstelling in de Tweede Wereldoorlog. Alleen dat al was genoeg om me rechtop te laten zitten. Dit zou zo’n verhaal worden dat je meesleept, dacht ik. Zo eentje waarbij je de kou van de nacht voelt en het grind onder je voeten hoort knarsen terwijl je samen met hen wegvlucht.
En eerlijk is eerlijk: het begin stelde niet teleur. Rauw, heftig, direct. Twee jongens die alles achterlaten en teruglopen naar Papendrecht, met meer moed dan bagage. Maar terwijl ik nog midden in die spanning zat, begon het verhaal langzaam van koers te veranderen.
De oorlog verdween niet, maar schoof naar de achtergrond. Wat ervoor in de plaats kwam, was het leven zelf—langzaam, soms bijna terloops verteld. Martin, die zich volledig onderdompelt in de kunst, alsof hij daar iets zoekt wat hij onderweg is kwijtgeraakt. Ar, die leraar wordt, maar met een blik die steeds weer afdwaalt naar diezelfde wereld van kunst waar zijn broer zo in opgaat. Maar ook de wereld van kunst van hun vader en andere broers.
Hun paden lopen uiteen, zoals dat gaat. Martin belandt via zijn werk bij de Bijenkorf uiteindelijk in Bergeijk, Ar vindt zijn plek in Middelburg. Geen grote dramatische wendingen meer, geen voortdurende spanning, maar een aaneenschakeling van jaren, keuzes, kleine verschuivingen.
Langzaam besefte ik dat dit boek niet zozeer ging over die ene sprong uit de trein. Het ging over alles wat daarna komt. Over hoe een leven zich ontvouwt na zo’n begin. Over hoe twee broers, met dezelfde start, toch ieder hun eigen richting kiezen.
En misschien was dat wel de echte kracht van het verhaal. Geen heroïsche oorlogskroniek, maar een stille optelsom van een leven. Minder spectaculair dan verwacht, maar ergens ook herkenbaar. Want uiteindelijk zijn het niet alleen de grote momenten die ons vormen—het zijn juist al die jaren erna.
Dan wil ik toch nog een extra aanvulling geven, nee Carolijn is geen familie van me, maar toen ik redelijk in het begin dacht, hee dit gaat over een bouwbedrijf wat ik misschien wel ken. Visser en Smit. Daarop gelijk mijn vriendin Pia ingeschakeld, waar komt het bedrijf waar jij jarenlang in Groningen werkte van oorsprong weg? Inderdaad Papendrecht. En zo krijgt een boek toch nog weer een extra speciaal tintje.