Soms lees je een verhaal in een boek en laat het je niet meer los. Dat gebeurde mij met het verhaal van Miroslav Jindra, dat ik las in Rottumeroorlog.
Jindra was een 25-jarige Tsjechische sergeant en maakte deel uit van de bemanning van een Wellington-bommenwerper van de Tsjechoslowaakse 311 Squadron van de RAF. In de nacht van 19 op 20 juli 1941 vertrok het vliegtuig vanuit Engeland voor een bombardementsvlucht richting Hannover. Het zou nooit terugkeren. De Wellington werd boven de Noordzee neergeschoten en stortte in de Waddenzee. Alle zes bemanningsleden kwamen om het leven.
Wat mij vooral raakte, was wat er daarna met Jindra gebeurde.
Zijn lichaam werd niet meteen gevonden. Pas op 17 september 1941, bijna twee maanden na de crash, spoelde het aan op de kust bij Uithuizermeeden. Twee Nederlandse politiemannen vonden het lichaam op het strand, ongeveer 1100 meter van de zeedijk. Jindra werd vervolgens begraven op de algemene begraafplaats van Uithuizermeeden, waar hij nog altijd ligt, in rij 16, graf 27.
Een van de andere bemanningsleden, navigator Jaroslav Partyk, spoelde aan op het Duitse eiland Borkum. Hij werd daar aanvankelijk begraven, maar zijn stoffelijke resten werden na de oorlog overgebracht naar de oorlogsbegraafplaats in Sage. Enkele weken terug ben ik daarom naar Sage geweest. Daar, tussen de vele graven van jonge mannen die tijdens de oorlog omkwamen, werd het verhaal voor mij opnieuw heel tastbaar. Het zijn geen anonieme namen uit een geschiedenisboek meer. Het zijn mensen met een naam, een leeftijd en een verhaal.
Afgelopen zaterdag ben ik naar Uithuizermeeden gereden. Op zoek naar één graf tussen al die andere graven. Daar stond ineens zijn naam. Een naam die ik tot dan toe alleen uit een boek kende.
Daarmee kwam mijn zoektocht tot een einde.
Jindra was 25 jaar. Hij vertrok vanuit Engeland voor een missie en kwam nooit meer thuis. Zijn lichaam maakte vervolgens een bizarre reis over de Waddenzee en spoelde weken later aan bij Uithuizermeeden. Daar kreeg hij zijn laatste rustplaats, duizenden kilometers van het land waar hij geboren was.
Ik vind het bijzonder dat een boek als Rottumeroorlog je zo op pad kan sturen. Eerst lees je een verhaal, daarna wil je weten waar het gebeurd is en uiteindelijk sta je zelf bij een graf.
En zo stond ik dus eerst in Sage bij het graf van zijn bemanningsmaat en afgelopen zaterdag in Uithuizermeeden bij het graf van Jindra. Twee plekken, één oorlog en een verhaal dat ruim tachtig jaar later ineens heel dichtbij komt.
Soms hoef je geschiedenis niet alleen te lezen. Soms moet je er gewoon even naartoe.

