Toen ik in 2019 te maken kreeg met longproblemen, kreeg ik van de longarts een nogal duidelijk advies: ik moest gaan fietsen.
Nou, eerlijk gezegd kon ik me op dat moment wel leukere bezigheden voorstellen. Maar goed… als de longarts het zegt, dan stap je maar op de fiets. Gewoon op een doodnormale fiets. In het begin was het vooral afzien. Elke kilometer voelde als een prestatie. Maar langzaam ging het beter. Mijn conditie werd sterker en mijn longen begonnen weer te doen wat ze moesten doen.
Op een gegeven moment fietste ik zelfs zonder al te veel moeite naar de stad Groningen. Als afscheid kreeg ik van de longarts nog een mooi advies mee: nu mag je ook wel een elektrische fiets kopen, zodat je je rondjes wat groter kunt maken.
En bijna tegelijkertijd begon in Nederland de coronellende.
Mijn eerste gedachte? Een nieuwe fiets kopen! Want stel dat we straks echt niets meer mochten, dan kon ik in ieder geval nog lekker alleen door de velden fietsen. En dat heb ik geweten. Wat heb ik in die periode ontzettend veel kilometers gemaakt.
Camera mee, de Groningse wegen op en vooral genieten. Van de natuur, de prachtige luchten, de vergezichten en die eindeloze uitgestrektheid van het Groninger land. Het was soms bijna therapeutisch. Fietsen gaf vrijheid op een moment waarop er juist zo weinig vrijheid was.
Maar zoals dat soms gaat, raakte het fietsen na verloop van jaren toch een beetje op de achtergrond. De fiets werd vooral een vervoermiddel voor een boodschap of een praktisch ritje. De lange tochten verdwenen langzaam uit beeld.
Tot afgelopen zomer.
Tijdens onze wandelingen liepen we steeds vaker tegen hetzelfde probleem aan: hitte, hart en wandelen bleken niet bepaald een ideale combinatie. Dus kwam de fiets weer tevoorschijn.
En wat bleek? Het plezier was er nog steeds!
Sterker nog, het voelde alsof ik een oude liefde opnieuw had ontdekt. Inmiddels draai ik mijn hand niet meer om voor een tocht van 50 kilometer of meer. Gewoon gaan, trappen en kijken waar je uitkomt.
Zoals afgelopen dinsdagavond.
Om zes uur op de fiets. Via Meeden naar Scheemda, Nieuw Scheemda, ’t Waar, langs het Hondshalstermeer en vervolgens richting Wagenborgen. Daarna via Korengast en Noordbroek weer terug.
En om kwart over negen waren we weer thuis.
Ruim drie uur onderweg. Geen haast, geen doel dat per se gehaald moest worden. Alleen maar fietsen, genieten en om je heen kijken.
En als bonus namen we ook nog een bos zonnebloemen mee naar huis.
Toen ik in 2019 op advies van de longarts voor het eerst serieus op de fiets stapte, had ik nooit kunnen bedenken dat het me zoveel zou brengen. Gezondheid, vrijheid, mooie herinneringen en vooral heel veel plezier.
Misschien is dat wel de mooiste les: soms moet je iets wat je even bent kwijtgeraakt gewoon opnieuw proberen. Misschien ontdek je dat het er al die tijd nog was.
Dus… de fiets staat weer klaar.
En Groningen ligt er iedere keer weer anders bij.




