Sommige artiesten maken muziek. Anderen worden een stukje van je leven. Voor mij hoort Ede Staal zonder enige twijfel in die laatste categorie.
Voordat ik zijn muziek ontdekte, luisterde ik eigenlijk vooral naar Engelstalige nummers. Mooie muziek genoeg, maar toen ik Ede Staal hoorde, gebeurde er iets. Opeens merkte ik dat muziek in je eigen taal misschien nog wel veel harder binnenkomt. Zijn liedjes waren geen grote shows of ingewikkelde verhalen, maar recht uit het hart. Eerlijk, herkenbaar en soms pijnlijk mooi.
Vandaag is het precies veertig jaar geleden dat Ede Staal overleed. Slechts 44 jaar oud. Veel te jong. Toch is hij voor heel veel Groningers nog altijd springlevend. Zijn muziek wordt nog steeds gezongen, gedraaid en gekoesterd. Nummers als ‘t Het nog nooit zo donker west, Mien Toentje, Credo – Mien Bestoan en As Vaaier Woorden Zain zijn inmiddels veel meer dan liedjes; ze zijn een stukje Groningse cultuur geworden.
Ik behoor tot de gelukkigen die hem ooit live hebben mogen zien optreden. Dat was in Stadskanaal. Op dat moment had ik natuurlijk geen idee dat ik later met zoveel warmte op dat optreden zou terugkijken. Achteraf besef je pas hoe bijzonder het is om iemand te hebben meegemaakt die zo’n blijvende indruk heeft achtergelaten.
Misschien heeft Ede Staal ook wel de deur geopend naar mijn liefde voor Nederlandstalige luisterliedjes. Liedjes die je niet alleen hoort, maar ook voelt. Muziek waarbij de tekst minstens zo belangrijk is als de melodie. Wat de Fransen zo mooi chansons noemen. Verhalen die je raken zonder dat er veel woorden nodig zijn.
Veertig jaar na zijn overlijden blijkt één ding wel: goede muziek kent geen houdbaarheidsdatum. En Ede Staal? Die zingt nog altijd. Misschien niet meer vanaf een podium, maar wel uit autoradio’s, huiskamers, cafés en uit de harten van heel veel Groningers.
Sommige stemmen verdwijnen nooit. Die van Ede Staal is er zo één.
Foto, ansichtkaart Kiekkaaste Nieuw Statenzijl, Groninger Landschap