Ik ga de discussie over de grote instroom van mensen in Nederland bewust niet voeren. Iedereen heeft daar zijn eigen mening over en dat is prima. Waar ik wél moeite mee heb, is hoe er vaak naar het Noorden wordt gekeken. Alsof plaatsen als Ter Apel het maar moeten oplossen en de rest van Nederland vanaf een afstand kan toekijken.
Jarenlang staat Ter Apel in het nieuws. Discussies, politieke debatten, televisieprogramma’s, meningen van alle kanten. Maar soms krijg ik het gevoel dat men vooral praat óver het Noorden en nauwelijks mét het Noorden. Alsof de boodschap is: zoek het daar maar uit.
Ook mijn eigen dorp kreeg er ooit mee te maken. Een jaar lang verbleven er ongeveer vijfhonderd mensen. Vooraf hoorde je de verhalen al: overlast, problemen, onrust. Maar eerlijk? Die heb ik niet gezien. Natuurlijk zal niet overal alles vlekkeloos verlopen, maar het beeld dat soms wordt geschetst herkende ik hier niet.
Sterker nog, de grootste ophef die ik me uit die periode herinner, kwam niet van de bewoners van het opvangcentrum, maar van een plaatselijke visboer die besloot koffie richting de toenmalige burgemeester te gooien. Dat zegt misschien ook iets.
Zelf woon ik al meerdere jaren naast een moeder en zoon uit Eritrea. Overlast? Nee, absoluut niet. Daar tegenover staan de vorige bewoners, een oer-Hollands samengesteld gezin, breek me de bek niet open.
En misschien zit daar juist de kern. Overlast, rust, goed nabuurschap of problemen hebben niet automatisch iets te maken met afkomst, nationaliteit of waar iemand vandaan komt. Mensen zijn mensen. Je hebt prettige buren en minder prettige buren. Dat is altijd zo geweest.
Wat mij vooral blijft steken is dat het Noorden vaak het gevoel krijgt er alleen voor te staan. Dat er veel wordt geoordeeld vanaf veilige afstand, terwijl de mensen die er daadwerkelijk wonen dagelijks met de werkelijkheid te maken hebben
Misschien mag daar best wat meer aandacht voor zijn.