Wandelen in en rondom Zuidbroek betekent vaak ook dat je vroeg of laat uitkomt bij het Botjeszandgat. Een gebied dat tegelijk indrukwekkend, stil en een tikje onheilspellend is. Ooit ontstaan door zandwinning, tegenwoordig een enorme waterplas met een diepte van meer dan vijftig meter. Alleen dat gegeven maakt het al niet direct een plek waar je spontaan het water in zou springen.
Toch gebeurt dat wel. Aan de westkant ligt een ondieper gedeelte waar in de zomer volop wordt gezwommen en waar dat ook gewoon is toegestaan. Daar hangt een heel andere sfeer: mensen aan de waterkant, wat verkoeling zoeken op warme dagen en genieten van de rust. Maar het Botjeszandgat heeft ook een andere kant.
Aan de noordzijde mag je absoluut niet komen. Daar wordt nog altijd actief zand gezogen en dat maakt het gebied gevaarlijk. Grote machines, instabiele oevers en onverwachte stromingen zorgen ervoor dat de waarschuwingsborden er niet voor niets staan. Het meest dichtbij voor wandelaars ligt de oostkant. Daar loopt nog een oud pad langs het water. Officieel verboden terrein. Het eerste stuk kun je nog gewoon lopen, alsof er weinig aan de hand is, maar uiteindelijk eindigt het pad bij een hek. Overal staan borden met waarschuwingen: verboden toegang, instortingsgevaar en zelfs drijfzand.
En toch wint nieuwsgierigheid het soms van gezond verstand. We zijn wel eens doorgelopen tot aan dat hek. Een hek dat, opvallend genoeg, gewoon open stond.
Vanaf daar verandert het uitzicht compleet. Pas dan zie je echt hoe immens groot het zandgat eigenlijk is. Het water oogt grauw en bijna levenloos. De enorme diepte en de koude temperatuur maken het een totaal andere wereld dan de natuurgebieden verderop. Op nog geen tien kilometer afstand vind je plassen vol vogels, rietkragen en leven, maar hier blijft het opvallend stil. Nauwelijks een vogel te zien. Waarschijnlijk simpelweg omdat er weinig voedsel te vinden is in het diepe koude water.
Juist die stilte maakt het gebied bijzonder. Het heeft niets van een gezellig recreatiemeer, maar eerder iets ruigs en verlaten. Een plek waar natuur en industrie elkaar raken. Misschien niet vriendelijk, misschien zelfs een beetje dreigend, maar tegelijkertijd prachtig op een manier die moeilijk uit te leggen is.


Ik ging er vroeger wel eens zwemmen. Mijn vader dacht dan dat ik in het zwembad was. Ik mocht daar absoluut niet komen.