Vele films over 40-45 heb ik inmiddels gezien. Van indrukwekkend realistisch tot films waarbij het allemaal nét iets te gemaakt aanvoelde. Toch zijn er soms van die momenten waarop je weer eens naar de bioscoop gaat en onverwacht geraakt wordt door een film die van begin tot eind blijft hangen. Zo’n film was Amrum.
Deze Duitse film speelt zich af op het Waddeneiland Amrum, een plek waar wind, stilte en uitgestrekte duinen bijna net zo belangrijk zijn als de personages zelf. Juist dat eilandgevoel maakt de film zo bijzonder. Ver weg van het front lijkt het leven er bijna rustig, maar ondertussen sijpelt de oorlog langzaam overal doorheen. Geen grote veldslagen of overdreven heldendaden, maar gewone mensen die proberen door te gaan in een tijd waarin alles onzeker is.
Wat deze film vooral sterk maakt, is de sfeer. Geen opgepoetst Hollywoodverhaal, maar een rauwe en menselijke kijk op de laatste oorlogsjaren. De leegte van het eiland, de dreiging die voortdurend voelbaar blijft en de kleine momenten tussen mensen zorgen ervoor dat de film onder je huid kruipt. Soms zegt een stille scène in de duinen meer dan een complete actiescène in een andere oorlogsfilm.
Juist Duitse films weten dat gevoel vaak goed neer te zetten. Niet alleen de geschiedenis tonen, maar vooral laten voelen hoe mensen leefden, twijfelden en probeerden te overleven. Tijdens het kijken naar Amrum merk je dat je langzaam in dat eilandleven wordt meegezogen, totdat de film je niet meer loslaat.
En dat gebeurt niet vaak meer. Maar soms moet je toch echt weer even naar de bioscoop om herinnerd te worden aan hoe indrukwekkend een goede film kan zijn.