Het was de verjaardag van Jeroen, en dat moest natuurlijk gevierd worden bij Steakhouse De Kleine Munt in Termunten. Want als je jarig bent, mag je groot denken. Héél groot.
Jeroen kwam binnen met de energie van: vandaag ga ik winnen.
Arjan en ik wisten al hoe laat het was.
De serveerster vroeg wat de jarige job wilde eten.
Zonder te knipperen: “Spareribs. Veel.”
Niet “een portie”. Niet “een gerecht”.
Nee. Gewoon… een levenskeuze.
Even later kwam het bord. Of nou ja—de berg.
Ik zweer je, ergens daaronder lag waarschijnlijk nog een bord verstopt.
Jeroen keek ernaar alsof hij zojuist een persoonlijke uitdaging van het universum had gekregen.
Arjan fluisterde: “Dit gaat niet goed aflopen…”
Ik: “Jawel hoor, hij is jarig. Dan kan alles.”
De eerste ribs verdwenen alsof ze nooit bestaan hadden.
Met de laatste krachten werkte hij de laatste rib naar binnen.
Wij applaudisseerden. De serveerster waarschijnlijk ook, ergens in de keuken.
En toen… de fatale vraag:
“Nog een dessertje?”
We keken elkaar aan.
Keken naar Jeroen.
Keken naar de lege bottenberg.
Jeroen haalde diep adem en zei:
“…doe maar.”
Ach soms moet je een verhaal een beetje overdrijven. O ja, voor het vergeet, Arjan had net zo’n berg.