Zodra de klok een uurtje vooruit springt, lijkt het alsof ik ook ineens vooruit leef. Het voorjaar tikt zachtjes op mijn schouder: “Kom, naar buiten jij.”
De lucht ruikt frisser, alsof iemand de wereld even heeft gelucht. Vogels fungeren als mijn persoonlijke wekker – niet subtiel, maar wel gezellig. In de wei oefenen lammetjes hun eerste sprongetjes, alsof ze me willen laten zien hoe je zonder zorgen door het leven huppelt.
En ik? Ik loop daar tussendoor met een glimlach die niet meer weg wil. Alsof de zon niet alleen buiten schijnt, maar ook ergens vanbinnen is gaan wonen.



