“Eén weekje vrij,” dacht ik optimistisch, “en dan heb ik mijn theezakjesverzameling weer helemaal strak op orde.” Hoe moeilijk kan het zijn? Het zijn tenslotte… zakjes. Kleine, platte, ogenschijnlijk onschuldige zakjes.
Ik sta midden in mijn nieuwe “theekamer” (voorheen gewoon een keurige slaapkamer), omringd door stapels, dozen, mappen en iets wat verdacht veel lijkt op een theezakjes-lawine. De stellingen die Arjan vol goede moed had gebouwd, kijken me bijna verwijtend aan: was dit echt je plan?
Het alfabetiseren ging nog best lekker. Even alles op A, B, C… nou ja, tot ik bij de letter “T” kwam en ontdekte dat ik blijkbaar een lichte obsessie heb met merken die met een T beginnen. Maar goed, dat ligt nu keurig.
Toen kwam fase twee: de dubbelen.
Duizenden. Echt, duizenden.
Ik had even een momentje waarop ik dacht: “Misschien wil iemand deze nog?” Maar na vijf minuten realiteitszin en nul geïnteresseerden verder, stond ik met een vuilniszak richting oud papier. Met lichte tegenzin. Alsof ik afscheid nam van oude vrienden. “Dag groene thee met citroen, we hebben mooie tijden gehad… vooral omdat je 87 keer voorkwam.”
Ondertussen blijf ik nieuwe zakjes tegenkomen die ik blijkbaar ook nog ergens had liggen. Waar komen die vandaan?! Ik verdenk mijn verzameling ervan dat hij zichzelf uitbreidt als ik niet kijk.
Nu, aan het eind van de week, is er goed nieuws en slecht nieuws.
Het goede nieuws: alles staat prachtig op alfabetische volgorde. Echt, een plaatje. Een museumstuk bijna.
Het slechte nieuws: de dubbelen kijken me nog steeds aan. In dozen. Veel dozen. Heel veel dozen.
Conclusie van deze vakantie:
Ik had geen week vrij nodig…
Ik had een sabbatical nodig. ☕