Toen ik begon in Cesar. Het verhaal van een drummer, had ik eerlijk gezegd hoge verwachtingen. We hebben het tenslotte over Cesar Zuiderwijk, de man die sinds 1970 achter het drumstel zat bij Golden Earring. De band die Nederland wereldwijd op de kaart zette. Dan verwacht je verhalen waar de vonken vanaf spatten.
En ja, die ingrediënten zijn er. Zijn onorthodoxe spel, zijn bijna gymnastische energie op het podium, het charisma waarmee hij uitgroeide tot een echte drumheld. Projecten als Labyrinth, zijn eigen drumschool, het waanzinnige moment in 1992 waarop hij duizend drummers tegelijk op de Maas in Rotterdam liet spelen — dat zijn indrukwekkende wapenfeiten. En natuurlijk het abrupte einde van de Earring in 2021 door de ziekte van George Kooymans. Dat hakt erin.
Ook zijn huidige bezigheden – met Sloper, als jurylid bij The Tribute: Battle of the Bands, en zijn theatertour – laten zien dat hij nog lang niet stilzit. Samen met muziekjournalist Jean-Paul Heck blikt hij uitgebreid terug op zijn carrière, de avonturen, de muzikale vrienden, de hoogte- en dieptepunten.
En toch…
Ik moet eerlijk zeggen dat het boek mij enigszins tegenviel. Misschien lag het aan mijn verwachting. Bij een drummer van de grootste rockband van Nederland hoopte ik op meer rauwheid. Meer inkijk in het leven achter de schermen. Meer drank, meer sex, meer rock-’n-roll. Meer chaos misschien. Meer twijfel. Meer mens.
In plaats daarvan voelde het voor mij vaak als een chronologische opsomming van gebeurtenissen. Optredens, projecten, successen. Interessant, zeker. Respect afdwingend ook. Maar het bleef wat veilig. Wat netjes. Terwijl je bij een nummer als Radar Love – waarvan zelfs Roger Taylor zei dat elke werelddrummer die drumpartij zelf had willen verzinnen – juist verwacht dat het boek net zo dreunt en knettert.
Begrijp me niet verkeerd: het is absoluut een indrukwekkend leven. Alleen had ik gehoopt het meer te voelen. Minder feit, meer vuur. Misschien zegt dat meer over mijn honger naar rock-’n-rollverhalen dan over Cesar zelf. Maar ik sloeg het boek dicht met het gevoel dat er achter die drumstellen waarschijnlijk nog veel meer verhalen schuilgaan dan hier verteld worden.
Wat het boek dan wel weer bijzonder maakt: mijn woonplaats Zuidbroek komt er zelfs in voor.