Op een donderdag, eind van de middag met koopavond in het vooruitzicht, wandel je door het centrum van Veendam. De stoep ligt er netjes bij, de etalages zijn schoon, maar achter veel ruiten brandt geen licht. “Te huur”, “Binnenkort beschikbaar”, “Pop-up gewenst”. Het zijn woorden die vaker terugkomen dan aanbiedingen. Het voelt alsof het winkelcentrum even de adem inhoudt, wachtend op iets wat maar niet komt.
Een paar kilometer verderop, in Hoogezand, is het een ander verhaal. Daar klinkt het geroezemoes van winkelend publiek, schuiven mensen aan bij de bakker en wordt er nog gewoon “even het centrum ingegaan”. Winkels wisselen daar ook, maar ze verdwijnen niet massaal. Het hart klopt, misschien niet uitbundig, maar wel constant.
Hoe kan dat?
Het lijkt zo’n simpele vraag, maar het antwoord zit verstopt in kleine keuzes die zich jarenlang hebben opgestapeld.
Hoogezand heeft zijn winkelcentrum compact gehouden. Alles ligt dicht bij elkaar, logisch ingedeeld, overzichtelijk. Je loopt er niet verloren rond, je blijft hangen. Even dit, even dat — en voor je het weet ben je een uur verder. Ondernemers profiteren van elkaars aanwezigheid; drukte trekt drukte aan.
In Veendam is het centrum uitgerekt geraakt. Winkelstraten die ooit bruisend waren, liggen nu net buiten de natuurlijke loop. Als een hart te groot wordt, pompt het minder krachtig. Bezoekers lopen waar nog leven is en keren om zodra het stil wordt. En stilte is besmettelijk.
Daar komt bij dat Hoogezand jarenlang consequent heeft ingezet op dagelijkse voorzieningen: supermarkten, drogisterijen, horeca die ook doordeweeks mensen trekt. Veendam heeft het geprobeerd met vernieuwing, maar verloor ondertussen vaste waarden. En zonder vaste stroom aan bezoekers wordt elke winkel een gok.
Het is geen kwestie van “goed” of “slecht”, en zeker geen gebrek aan inzet of trots. Veendam heeft charme, ruimte en potentie. Maar een winkelcentrum leeft niet van stenen, het leeft van keuzes. Van concentratie in plaats van verspreiding. Van ontmoeting in plaats van leegte.
Misschien is de leegstand in Veendam geen eindpunt, maar een signaal. Dat het tijd is om het centrum weer kleiner te maken om het groter te laten voelen. Want waar mensen elkaar blijven tegenkomen, daar blijven winkels vanzelf bestaan.